Als hondenliefhebber vind je het misschien ook heel leuk om zelf honden op de foto te zetten. De volgende 10 tips helpen je op weg bij het maken van mooie foto’s!

1. Focus op de ogen

Portretten van honden zijn wat dit betreft niet veel anders dan portretten van mensen. Automatisch kijken we naar de ogen van het dier of persoon die is vastgelegd. Bij een goed portret kun je namelijk het verhaal van de persoon aflezen aan de ogen. Hetzelfde geldt voor dieren, want we zien graag menselijke emoties bij dieren. Zorg daarom altijd dat de ogen scherp zijn. Dit geeft direct meer persoonlijkheid en emotie aan je portret, wat de foto absoluut ten goede komt.

2. Begeef je op oogniveau

Waarschijnlijk maak je vaak foto’s vanaf jouw eigen standpunt, wat heel logisch is. Dit resulteert in foto’s van honden die van bovenaf zijn genomen. Dit kan heel erg leuk uitpakken, maar probeer ook eens te verlagen tot de ooghoogte van de hond en vanaf daar te fotograferen. Hierdoor kruip je als het ware in de wereld van de hond die je fotografeert. Dit levert vaak originele(re) en leuke plaatjes op. Experimenteer ook eens met andere standpunten, zoals bijvoorbeeld helemaal vanaf de grond.

3. Let op de achtergrond

Als je net met hondenfotografie begint, is er een grote kans dat je zo druk bent met van alles (zoals je camera instellingen en de hond zelf) dat je vergeet te kijken naar de omgeving. Belangrijk om te weten is dat de achtergrond misschien nog wel belangrijker is dan de hond zelf. Een rustige, egale achtergrond zorgt voor een veel sterkere foto waarbij de focus automatisch bij het dier komt te liggen. Een rommelige achtergrond leidt snel af en zorgt voor een onrustige foto.

4. Gebruik weinig scherptediepte

Zoals je misschien al is opgevallen, zijn veel van mijn foto’s met weinig scherptediepte. De hond (of een deel daarvan) is scherp en de achtergrond is wazig. Door weinig scherptediepte te gebruiken, zorg je er automatisch voor dat de aandacht naar de hond gaat. Weinig scherptediepte is ook handig als je toch een enigszins rommelige achtergrond hebt (zie punt 3). Hiermee kun je dat een beetje verbloemen. Maar ook bij weinig scherptediepte geldt dat het beter is een egale achtergrond te hebben! Ik gebruik daarom graag een diafragma rond F/2.8 voor mijn hondenportretten.

5. Zoom in op details

Probeer ook eens anders naar je hond te kijken. Zoom eens in op details zoals een poot, oor of ander karakteristiek detail van jouw huisdier. Als niet direct duidelijk is wat de kijker eigenlijk ziet, maakt dit nieuwsgierig!

6. Leg het karakter van de hond vast

Kijk eens goed naar de hond en bedenk wat hem of haar uniek maakt. Heb je bijvoorbeeld een actieve hond? Probeer dan een actiefoto te maken. Als je juist een luie hond hebt, zet hem dan heerlijk luierend op de foto. Op deze manier zorg je ervoor dat jouw foto’s net even iets anders zijn dan die van anderen.

7. Gebruik natuurlijk licht

Maak zoveel mogelijk gebruik van natuurlijk licht. Nog beter, probeer te spelen met het aanwezige licht! Als je buiten fotografeert probeer dan goed te letten op de stand van de zon. Op een zonnige dag is ’s middags het minst geschikt om te fotograferen. Je krijgt dan namelijk harde schaduwen. Veel fotografen zweren bij het ‘Golden Hour’. Het uur voordat de zon op- of ondergaat. Dit zorgt namelijk voor prachtige, warme foto’s. Probeer binnenshuis gebruik te maken van het natuurlijke licht door de ramen of anders van het licht van de lampen in huis.

8. Analoog kleurgebruik

Dit punt is misschien wat minder voor de hand liggend, maar wel belangrijk! Ik heb veel foto’s van anderen bekeken en me afgevraagd waarom ik bepaalde foto’s nu zo mooi vind. Veel van de foto’s straalde rust uit door het gebruik van analoge kleuren. Hiermee bedoel ik dat de achtergrondkleur(en) vergelijkbaar zijn met de hond op de voorgrond. Heel simpel gezegd betekent dit zwart op zwart of wit op wit, maar ook een bruine hond voor een bruine achtergrond. Natuurlijk is het ook leuk om juist een ontzettende contrastkleur te gebruiken, als je er maar bewust over nadenkt wat je met de foto wilt bereiken.

9. Compositie

Durf te croppen! Net zoals bij het fotograferen van details, kan een foto spannender worden als je niet alles laat zien. Juist een uitsnede kan een hele sterke foto opleveren. Probeer de uitsnede al te maken als je fotografeert in plaats van achteraf, maar uitsnijden in de nabewerking kan natuurlijk ook nog. Er zijn veel hulpmiddelen bij het maken van de ‘perfecte’ uitsnede zoals bijvoorbeeld¬†de gulden snede.

10. Kijk naar anderen (maar niet teveel)

Ik heb veel geleerd door alleen maar te kijken naar andere foto’s (bijvoorbeeld op Instagram en Flickr) en voor mijzelf na te gaan wat het een goede of minder goede foto maakt. Dit kan heel inspirerend zijn, maar kan er ook voor zorgen dat je denkt “Dit lukt mij nooooit.” Daarom is het belangrijk dat je dit met mate doet en vooral gewoon lekker zelf aan het fotograferen gaat. Ook het kritisch bekijken van je eigen foto’s (zowel de goede als minder goede!) helpt bij je ontwikkeling. Het belangrijkste is dat je zelf ziet dat je groeit en dat jij elke keer een beetje beter wordt.